Flesvoeding geven: waarom je baby de fles niet leeg hoeft te drinken.

Flesvoeding geven: waarom je baby de fles niet leeg hoeft te drinken.

door Daniëlle Kempers

Door Daniëlle Kempers — neonatologieverpleegkundige en oprichter van Moalie

De fles geven lijkt simpel: melk klaarmaken, baby op schoot en drinken maar. Toch zie ik in mijn werk als neonatologieverpleegkundige al bijna dertig jaar hoeveel vragen ouders hierover hebben.

Hoeveel moet mijn baby drinken? Hoe weet ik of de speen niet te snel gaat? Waarom draait mijn baby ineens zijn hoofd weg? Moet ik na een boertje opnieuw aanbieden? En misschien wel de bekendste vraag: moet die fles eigenlijk leeg?

Het antwoord op die laatste vraag is meteen een van de belangrijkste dingen die ik ouders over flesvoeding wil meegeven:

Nee. Een voeding is niet geslaagd omdat de fles leeg is. Een voeding is geslaagd wanneer je baby rustig, veilig en vrijwillig heeft kunnen drinken en mag stoppen wanneer het genoeg is.

Dat klinkt misschien vanzelfsprekend. Toch zijn we rondom flesvoeding behoorlijk gewend geraakt aan milliliters, schema's en hoeveelheden. Terwijl je baby ondertussen óók iets vertelt.

Je baby laat zien wat hij nodig heeft

Babygedrag is communicatie. Je baby kan nog niet zeggen: ik heb honger, dit gaat te snel, ik moet even bijkomen of ik zit vol. Hij laat het zien met zijn gezicht, mond, handen en lichaam.

Vroege hongersignalen kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • wakkerder en alerter worden;
  • smakken of mondbewegingen maken;
  • zoeken met het hoofd;
  • handjes naar de mond brengen;
  • interesse tonen wanneer de fles in beeld komt;
  • de mond openen en zelf richting de speen bewegen.

Niet ieder handje in de mond betekent overigens automatisch honger. Naarmate baby's ouder worden, gebruiken ze hun mond en handen ook om te ontdekken en zichzelf te reguleren. Kijk daarom altijd naar het totaalplaatje.

Huilen is meestal een laat hongersignaal. Een baby die al hard huilt, moet soms eerst weer tot rust komen voordat hij goed kan drinken.

Maar net zo belangrijk als hongersignalen zijn de signalen tijdens de voeding.

Kijk niet alleen of je baby drinkt

Een baby kan melk binnenkrijgen en tóch laten zien dat het drinken op dat moment niet prettig verloopt.

Dat is een belangrijk verschil.

Signalen dat je baby prettig en actief drinkt zijn bijvoorbeeld een ontspannen lichaam, zelf de mond openen voor de fles, ritmisch en actief zuigen en slikken, zelf pauzes nemen en daarna weer verdergaan.

Signalen dat je baby een pauze nodig heeft of klaar kan zijn zijn bijvoorbeeld het hoofd wegdraaien, de mond sluiten, de speen naar buiten duwen, handjes tussen fles en mond brengen, wegkijken en niet terugkeren, minder actief gaan zuigen, melk uit de mond laten lopen, spanning in gezicht of lichaam, vingers spreiden, hoesten, kokhalzen of huilen.

Wacht dus niet tot je baby de fles krachtig wegduwt of begint te huilen. Vaak heeft hij daarvoor al meerdere subtiele signalen gegeven.

Bij twijfel geldt wat mij betreft: liever iets te vroeg stoppen dan iets te laat.

Zelf de fles aannemen is iets anders dan de fles in de mond krijgen

Hier zit een belangrijk verschil dat gemakkelijk over het hoofd wordt gezien.

Wanneer je de speen in de mond van je baby plaatst en hij vervolgens begint te zuigen, betekent dat niet automatisch dat hij de fles vrijwillig heeft aangenomen.

Zuigen is bij jonge baby's voor een belangrijk deel reflexmatig. Daarom geef ik een baby liever eerst de gelegenheid om zelf te reageren.

Breng de fles rustig in beeld en vervolgens naar de lippen. Wacht even.

Opent je baby zijn mond? Beweegt hij zelf richting de speen? Neemt hij hem actief aan en begint hij ontspannen te drinken?

Dan zie je een duidelijk ja-signaal.

Draait hij zijn hoofd weg, sluit hij zijn mond of blijft hij passief? Dan hoef je de speen niet alsnog in zijn mond te brengen om te kijken of hij misschien tóch gaat drinken.

Dat kleine verschil geeft je baby vanaf het begin iets heel belangrijks: regie over zijn eigen voeding.

Voeden in het tempo van je baby

De manier waaróp je de fles geeft, maakt veel verschil.

Houd je baby goed ondersteund en bij voorkeur wat rechterop, zodat je zijn gezicht en signalen goed kunt zien. Breng de speen rustig naar de lippen en wacht op een actieve reactie.

Houd de fles zo dat de melkstroom beheersbaar blijft. Het doel is niet dat je baby zo snel mogelijk drinkt, maar dat zuigen, slikken en ademhalen prettig op elkaar afgestemd blijven.

Je baby hoeft ook niet continu door te drinken. Pauzes horen bij een voeding.

Haalt hij zelf even de speen los? Stopt hij met zuigen? Heeft hij tijd nodig om te ademen of te boeren? Geef hem die ruimte.

Een flesvoeding hoeft geen ononderbroken race van begin tot eind te zijn.

Hoe weet je of de speen te snel gaat?

Een speen met een te snelle melkstroom kan ervoor zorgen dat een baby vooral bezig is de melk bij te houden.

Je kunt dan bijvoorbeeld zien dat je baby:

  • heel gulzig lijkt te drinken;
  • hoorbaar slikt of nauwelijks pauzes neemt;
  • melk uit de mondhoeken laat lopen;
  • zich verslikt, hoest of proest;
  • zijn wenkbrauwen fronst of ogen groot opent;
  • onrustig met armen of handen wordt;
  • de speen regelmatig loslaat;
  • na korte tijd uitgeput raakt.

Een baby die een fles snel leegdrinkt, heeft dus niet automatisch een fijne voeding gehad.

Andersom is een langzame voeding ook niet per definitie beter. Wanneer een baby hard moet werken, gefrustreerd raakt, in slaap valt van vermoeidheid of nauwelijks melk uit de speen krijgt, kan de flow juist te langzaam zijn.

Kijk daarom niet alleen naar het nummer op de speen of naar het aantal minuten dat een fles duurt. Kijk vooral naar hoe je baby drinkt.

En hoeveel moet mijn baby dan drinken?

Dit is begrijpelijk genoeg de vraag waar veel ouders het liefst één duidelijk getal voor willen.

Maar baby's drinken niet iedere voeding exact dezelfde hoeveelheid. De behoefte hangt onder andere samen met leeftijd, gewicht, groei, aantal voedingen, soort voeding en individuele omstandigheden.

Een berekening of voedingsschema kan een nuttige richtlijn zijn, maar is geen hoeveelheid die bij iedere fles naar binnen móét.

Een baby kan de ene voeding meer drinken en de volgende minder. Dat doen volwassenen ook.

Kijk daarom naar het grotere geheel: groei, ontwikkeling, alertheid, natte luiers, het totale voedingspatroon én hoe je baby tijdens en tussen de voedingen functioneert.

Bij zorgen over groei of intake hoort uiteraard beoordeling door het consultatiebureau, de jeugdarts, huisarts of kinderarts. Responsief voeden betekent niet dat hoeveelheden nooit belangrijk zijn. Het betekent dat we medische voedingsbehoefte en de grenzen van de baby allebei serieus nemen.

Moet je na een boertje opnieuw aanbieden?

Niet automatisch.

Een boertje is geen resetknop waarmee een nieuwe drinkronde moet beginnen.

Kijk opnieuw naar je baby.

Zoekt hij zelf weer naar de fles, opent hij zijn mond, beweegt hij ernaartoe en lijkt hij duidelijk verder te willen drinken? Dan kun je de fles opnieuw aanbieden.

Kijkt hij tevreden rond, draait hij weg, sluit hij zijn mond of toont hij geen interesse? Dan mag de voeding gewoon klaar zijn.

Ook wanneer er nog 30, 50 of 80 milliliter in de fles zit.

In mijn begeleiding gebruik ik daarom vaak de simpele regel: aanbieden mag, overtuigen niet.

Een fles hoeft niet leeg

Dit is voor veel ouders moeilijker dan het klinkt.

Op de fles staan immers duidelijke streepjes. Je weet hoeveel je hebt klaargemaakt en ziet precies hoeveel er nog over is.

Nog 20 milliliter.
Hij drinkt normaal 120.
Misschien nog één keer proberen.

En voor je het weet wordt de hoeveelheid in de fles leidend in plaats van de baby.

Probeer daarom tijdens het voeden vooral naar je baby te kijken en niet voortdurend naar de milliliters.

Een baby die stopt, vertelt iets.

Misschien zit hij vol. Misschien moet hij boeren. Misschien is hij moe. Misschien gaat de melk te snel. Misschien voelt zijn buik niet prettig. Misschien heeft hij op dit moment simpelweg genoeg.

Dat hoeft niet altijd opgelost te worden.

Goedbedoeld, maar liever niet

Bijna alle ouders doen weleens iets extra's om hun baby aan het drinken te houden. De speen opnieuw aanbieden nadat de baby wegdraait. Een beetje bewegen met de speen. De fles achter het hoofdje aan volgen. Afleiden met een speeltje of televisie. Toch nog proberen omdat er "nog maar een klein beetje" in zit. Of de fles gemakkelijker geven wanneer de baby bijna slaapt.

Ik begrijp heel goed waar dat vandaan komt. Zeker wanneer je je zorgen maakt over hoeveel je baby drinkt of wanneer gewicht en groei eerder een aandachtspunt zijn geweest.

Maar wanneer een baby regelmatig ervaart dat zijn eerste nee niet voldoende is, kan hij steeds duidelijkere signalen nodig hebben om een voeding te beëindigen.

Wegdraaien wordt dan wegduwen. Wegduwen wordt huilen. En bij sommige baby's kan uiteindelijk spanning ontstaan zodra de fles alleen al in beeld komt.

Flesaversie ontstaat niet doordat een ouder één keer nog een slokje probeert. Het gaat om een patroon waarin drinken herhaaldelijk onprettig, onvoorspelbaar of buiten de regie van de baby wordt.

De druk rondom een fles is bovendien bijna nooit bewust. Vaak ontstaat die juist uit bezorgdheid: je wilt dat je baby voldoende drinkt en groeit. Dat is heel begrijpelijk. Juist daarom is het zo belangrijk om de eerste, subtiele signalen van je baby te leren herkennen.

Responsief flesvoeden is niet hetzelfde als je baby alles laten bepalen

Soms wordt responsief voeden uitgelegd alsof je als ouder alleen maar hoeft af te wachten.

Dat is niet wat ik bedoel.

Jij zorgt voor de voorwaarden: passende voeding, een geschikte fles en speen, een prettige houding, rust, veiligheid en voldoende mogelijkheden om te drinken. Je observeert hoe het drinken verloopt en schakelt medische hulp in wanneer daar aanleiding voor is.

Binnen die veilige kaders krijgt je baby invloed op twee belangrijke dingen:

of hij op dat moment wil drinken en wanneer hij genoeg heeft.

Dat is geen verwennerij. Het is communicatie.

Wanneer is extra hulp verstandig?

Niet iedere moeilijke fles betekent dat er sprake is van flesaversie. Er kunnen ook lichamelijke of medische factoren meespelen.

Laat het drinken beoordelen wanneer je baby bijvoorbeeld regelmatig hoest of zich verslikt tijdens voedingen, benauwd of blauw wordt, veel pijn lijkt te hebben, opvallend veel spuugt, onvoldoende groeit, structureel zeer weinig drinkt, duidelijk minder natte luiers heeft of wanneer voedingen steeds meer strijd opleveren.

Ook een baby die alleen slapend of sterk afgeleid nog goed drinkt, steeds op een heel kleine hoeveelheid stopt of al gespannen raakt zodra hij in voedingshouding komt, verdient aandacht.

Soms spelen meerdere dingen tegelijk. Daarom is het belangrijk om niet ieder voedingsprobleem automatisch als gedrag of aversie te zien.

Misschien is dit wel het belangrijkste

Een baby hoeft niet te leren zijn fles leeg te drinken.

Hij moet leren dat drinken veilig is.

Dat zijn lichaam mag aangeven wanneer het honger heeft. Dat hij een pauze mag nemen. Dat hij mag stoppen. En dat de volwassene die hem voedt naar die signalen kijkt.

Dus blijft er bij de volgende voeding melk over?

Kijk eerst naar je baby.

Is hij ontspannen, tevreden en klaar?

Dan mag de fles dat óók zijn.

Een ontspannen gedeeltelijke voeding is waardevoller dan een volle fles die met strijd is leeggedronken.


Liever praktische informatie over voeding, slapen en de ontwikkeling van je baby ontvangen? Meld je onderaan de pagina aan voor de Moalie-nieuwsbrief.

Twijfel je over het drinken van je baby of worden voedingen steeds moeilijker? Wacht dan niet tot iedere fles een strijd wordt. Bespreek het met je consultatiebureau, jeugdarts, huisarts of andere betrokken behandelaar. Bij aanhoudende spanning of duidelijke flesweigering kun je ook contact opnemen voor begeleiding rondom flesaversie.

Laat een reactie achter

Let op, opmerkingen moeten worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.